|
Groeipijnen Leve de kinderen die anders zijn, de kinderen die niet altijd tienen halen, de kinderen met oren die twee keer zo groot zijn als die van hun vriendjes, of een neus waar geen eind aan komt. Leve de kinderen die anders zijn, de kinderen die uit de toon vallen, de kinderen die altijd worden geplaagd, de kinderen met geschaafde knieën en gympen die altijd nat zijn. Leve de kinderen die anders zijn, de kinderen met iets ondeugends, want als ze groot zijn, zo leert de geschiedenis, is het dat anders -zijn dat ze uniek maakt.
|